Blog Anna Noord 5: Puzzelen met de stroom
Blog Anna Noord 5: Puzzelen met de stroom
Reisverhalen

Blog Anna Noord 5: Puzzelen met de stroom

Zeilend vanuit Nederland richting IJsland, deel 5

Redactie Zeilen
7 minuten

Janneke Kuysters en Wietze van der Laan zijn weer op reis met hun zeiljacht Anna Caroline. In hun nieuwe zesdelige blog Anna Noord nemen ze de lezers mee aan boord. Dit keer zetten ze koers vanuit Nederland richting IJsland, op zoek naar nieuwe havens, ervaringen en verhalen in het hoge noorden – en weer terug. Deel 5 van 6: Puzzelen met de stroom.

Blog Anna Noord: Puzzelen met de stroom

“Nog even en ik zou zo maar één van m’n truien uitdoen”, grinnikt Wietze. De oversteek vanuit de Vestmannaeyjar eilanden ten zuiden van IJsland naar de Faeröer eilanden is er eentje om in te lijsten. Precies genoeg wind, we voelen alleen de lome oceaandeining en hebben stralend zonnig weer. De dagen rijgen zich plezierig aaneen. Dichter bij de Faeroër begint het gepuzzel met de stroom weer: tussen de eilanden stroomt het erg hard en we willen dus precies op tijd aankomen. De Rák-app brengt weer uitkomst. Om precies goed aan te komen, moeten we even wat vaart uit de boot halen. Wietze staat bij de mast om een rif in het zeil te steken. Ik stuur en kijk even omhoog. De zon staat net achter het zeil, dus ineens valt me op dat er wat zonnestralen dóór het zeil heen schijnen.

Mijn hart staat stil en een tel later brul ik naar Wietze: “laten zakken, helemaal. NU.” Stomverbaasd kijkt hij me aan, maar ziet dan dat het menens is. Als een bommetje komt het hele zeil naar beneden. Ik vlieg naar binnen om zeiltape en een schaar te pakken. Samen knippen we stukken tape op maat en plakken het aan weerskanten op het zeil. Voorzichtig lopen we de rest nog even na en vinden nog een scheurtje. Wietze legt peinzend z’n hand op het zeil: “wat gek dat het zo snel aan vervanging toe is.” Ik peins even mee: “is dat zo? In 2019 hebben we in Maleisië dit zeil vervangen. We hebben er inmiddels al tienduizenden mijlen mee gevaren. In alle omstandigheden.” Bezorgd plakken we nog wat meer tape en hijsen dan het zeil gereefd.

Othello

We zijn net op tijd in de haven van Klaksvík, want een dik front komt over. Daarna varen we naar Tórshavn, de hoofdstad. De kleine jachthaven is bekend terrein van onze heenreis en we verheugen ons op een bezoekje aan ons favoriete koffietentje, waar ze het lekkerste gebakje van de wereld verkopen: de Othello. Net voordat we ons volgende weergat pakken, verwennen we onszelf met een goede koffie en Othello op het zonnige terras met uitzicht op onze Anna Caroline.

Dan gooien we los voor de volgende oversteek, naar de Shetland eilanden. De aftakking van de warme Golfstroom die tussen de Faeroër en Shetland loopt, zet ons naar het noordoosten, terwijl we al tamelijk hoog aan de wind naar het zuidoosten willen zeilen. De wind is harder dan verwacht, dus we kijken vaak bezorgd naar ons grootzeil. De plakkers houden het gelukkig goed. Als we ze kunnen zien, tenminste: het is dagenlang potdicht van de mist. Alles is nat en klam, terwijl we moeizaam stampend naar ons doel varen. De stemming aan boord daalt al snel onder het vriespunt, dus de enige remedie is dan een knakworstenbrood. Me schrap zettend, maak ik snel het deeg. Terwijl anderhalf uur later de geur van versgebakken brood de kajuit vult, komt ook de stroomatlas weer op tafel. Ook de Shetland eilanden kennen heel felle stroomgaten en we varen er met springtij binnen. Met een beetje reven en treuzelen weten we ook hier precies op tijd voor het goede gat te komen. De laatste restjes knakworstbrood gaan op als we met 10 knopen voorbij de eerste kaap vliegen.

Vis

We varen meteen door naar Lerwick, de hoofdstad. De mist trekt op en we vergapen ons aan de groene eilanden met pittoreske huizen en oude ruïnes. Schapen, wat koeien en natuurlijk de Shetland ponies grazen er op los. En we zien ook hier in zo’n beetje elke baai de ringen van de viskwekerijen. Tot onze verrassing zien we ook veel kleinere vissersboten die zonder AIS rond varen. En dat met die mist die we net nog hadden; het zet ons wel aan het denken.

Als ik naar voren loop om de boel klaar te maken voor het afmeren, zie ik dat het gangboord vol ligt met kleine garnaaltjes. Stomverbaasd kijk ik Wietze aan. “Krill,” raadt hij. “Dat verklaart die grote vinvissen die we onderweg gezien hebben.” Ah, natuurlijk. Die gigantische walvissen eten hun buiken natuurlijk rond in dat relatief warme water. Later controleert Wietze het wierfilter: bomvol met krill.

In Lerwick maken we vast aan één van de pontons in de oude haven: een A-locatie met uitzicht op de bootjes van de Lerwick Boating Club. We raken aan de praat met Evie Herrington, die voor de University of Highland and Island werkt: een Schots instituut dat in opdracht van de overheid onderzoek doet naar de visstand rond de Shetland eilanden. Er blijken drie soorten visserij op de Shetland eilanden te zijn: de pelagische visserij, met de grote industrieschepen. Dan de viskwekerijen, met hun eigen aan- en afvoersystemen. En de lokale visserij, zowel voor schaal- en schelpdieren als voor vis. Om de quota goed vast te kunnen stellen, wordt onderzoek gedaan naar de kwaliteit en leeftijd van de vissen die aan land worden gebracht. “We halen de otoliet uit een vis, daar kun je de leeftijd aan zien,” legt ze uit. Het is een ingewikkelde balans tussen enerzijds de visstand op peil houden en anderzijds het behoud van een belangrijke economische pijler.

Misthoorn

Evie geeft nog wat tips voor bezienswaardigheden en we gaan op een stralende dag met een huurauto op pad. Er is zoveel te zien, dat het nog een drukke dag wordt. Het vuurtorencomplex op Sumburgh Head is prachtig. Ik word helemaal vrolijk van de knalrode misthoorn en de papegaaiduikers die ook hier rond vliegen. Jarlshof ligt er vlakbij: een soort archeologische wijk die duizenden jaren geleden al gebouwd werd. Aan de westkant van het hoofdeiland ligt St. Ninians: een eiland waar een smalle zandbank naar toe loopt. Aan de noord- en zuidkant zit een prachtige ankerplaats. In het plaatsje Scalloway bezoeken we het museum waar de expositie over de Shetland Bus ons aangrijpt. Geharde, vaak heel jonge, zeelieden voeren heen en weer naar Noorwegen om het Noorse verzet in de tweede wereldoorlog te helpen. Om niet op te vallen, deden ze dat met kleine vissersboten, vooral in de winter. Er is ongelofelijk afgezien en velen hebben het ook niet overleefd. Op veel plekken zien we warme banden met Noorwegen, maar hier is dat nog eens extra voelbaar. In Scalloway was immers het hoofdkwartier van de Shetland Bus organisatie.

Kanonskogels

In Lerwick wentelen we ons heerlijk in de ‘stadse’ genoegens. Er wonen zo’n 23.000 mensen op de eilanden, waarvan bijna een derde in Lerwick. We bezoeken leuke musea en een ‘broch’: een duizenden jaren oude ronde woning. In de haven is het gezellig druk met allerlei jachten, waarbij Britten en Noren toch wel de hoofdmoot vormen. De Lerwick Boat Club heeft een knus clubhuis, waar we John Manson tegen het lijf lopen. De oud-voorzitter coördineert tegenwoordig de wedstrijden die met grote regelmaat gezeild en geroeid worden. De competitie is tussen Shetlanders onderling, maar ook tussen andere eilanden. Als we hem vragen naar het verschil tussen de inwoners van de Orkney eilanden en Shetlanders, grinnikt hij: “zij zijn boeren met een boot en wij zijn vissers met een moestuin.”

De haven van Lerwick wordt intensief gebruikt en moet daarom om de zoveel jaar gebaggerd worden. “Zijn jullie bij Fort Charlotte geweest? Daar is een paar honderd jaar geleden aardig wat geknokt tussen de Nederlanders en de Britten. Toen er in 1989 voor het eerst gebaggerd werd door een Nederlands bedrijf, kwamen alsnog die kanonskogels boven water,” lacht hij.

De Lerwick Boating Club, kort voor de wedstrijd

Uniek

Of hij nog advies heeft voor Nederlandse zeilers die naar de Shetland eilanden willen komen? “Doen! Er is hier veel te zien en te doen. Neem de tijd en ga op ontdekkingstocht. Je kunt dat op eigen kiel doen: er zijn veel ankerplekken en kleine havens. Maar je kunt ook Lerwick als basis gebruiken en van daaruit over land de boel verkennen. En o, ja: zeg nooit Shetlands. Het is enkelvoud: Shetland Islands. Want we zijn uniek, er is er maar één.”

Twee dagen later lopen we, na weer een gezellige borrelavond in de clubbar met medezeilers uit alle windstreken, terug naar de boot. De keiharde wind is gaan liggen en het is prachtig rustig geworden. “Morgen maar eens naar warmere breedtes gaan?” zegt Wietze. Ik knik, die grens van 60 graden noord gaan we maar eens oversteken. Het wordt tijd om te gaan nazomeren.

Lerwick, augustus 2026. Tekst en foto’s: Wietze van der Laan en Janneke Kuysters