Lerarentekort

Het lerarentekort is een heet hangijzer. Scholen doen er alles aan de bezetting rond te krijgen en de overheid stimuleert werken in het onderwijs. Tekorten aan leraren vormen echter een weerbarstig probleem waarvoor geen eenvoudige oplossingen zijn. Een blik verse leerkrachten en docenten opentrekken om ze voor de klas te zetten, kan nu eenmaal niet. Leraren moeten eerst jarenlang worden opgeleid. 

De arbeidsmarkt beweegt mee met de conjunctuur. Of leraren voor de klas willen staan, hangt niet alleen van het beroep leerkracht/docent af, maar ook van de beschikbaarheid en de aantrekkelijkheid van andere beroepen op dat moment. Het lerarentekort leidt tot een extra hoge werkdruk bij leerkrachten en docenten, wat het vak minder aantrekkelijk maakt voor starters en zij-instromers. Toch zijn de meeste leraren tevreden over hun werk. 

Artikelen op Didactiefonline.nl

Hoe groot is het lerarentekort?

In het po en (v)so was per 1 oktober 2025 een tekort van 5.800 fte, 6,3 procent van de totale werkgelegenheid, zo is te lezen in De Staat van het Onderwijs 2026. In het voortgezet onderwijs ging het naar schatting om een tekort van 2.220 fte, 3,5 procent van de totale werkgelegenheid. De regionale verschillen zijn echter groot. Volgens de Onderwijsatlas primair onderwijs 2025 van het Arbeidsmarktplatform Primair Onderwijs was het lerarentekort in het po in de vijf grootste steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht en Almere) twee keer zo groot als in de rest van Nederland.

De verwachting is dat de tekorten op de lange termijn verder zullen oplopen. Minister Rianne Letschert en staatssecretaris Judith Tielen gaven begin juli 2026 in een brief aan de Tweede Kamer de ramingen tot 2035 weer. In het po daalt het tekort aan leraren en schoolleiders bij elkaar opgeteld in de periode 2026-2030 eerst nog van 4.951 fte 4.506, maar is er daarna weer een toename tot 6.168 fte in 2035. In het vo is er volgens de prognose een groei van het tekort van 2.312 fte naar 3.136 fte in 2030, waarna de groei wat afvlakt naar een tekort van 3.213 fte in 2035.

Wat doen scholen aan het lerarentekort?

In de peiling van Didactief en Van12tot18 in het voorjaar van 2026 geeft een kleine meerderheid van de respondenten (47,1 procent) aan dat er géén lerarentekort op hun school is, maar 44,2 procent zegt daar wel mee te kampen. Het lerarentekort speelt een rol bij de hoge werkdruk. Scholen proberen het tekort op verschillende manieren op te lossen. De inzet van andere professionals (onderwijsassistenten, lerarenondersteuners, studenten en vakspecialisten) wordt het vaakst genoemd (50,5 procent). Nog eens 40,9 procent zet onbevoegde mensen voor de klas. Bijna een kwart (24 procent) kijkt naar een andere invulling van de onderwijstijd. Oplossingen als een andere dag- en weekindeling, een vierdaagse schoolweek, de inzet van een brugfunctionaris en unitonderwijs worden weinig genoemd. 

Welke maatregelen werken en welke niet?

Er zijn sinds 2019 zijn er flinke tekorten, aldus het Researchcentrum voor Onderwijs en Arbeidsmarkt (ROA) in Een kwestie van lange adem. Historische analyse van het beleid op het terrein van het lerarentekort uit 2026. Begin jaren negentig was er nog een overschot en in de jaren 1993-2025 wisselden goede en slechte periodes elkaar af. De onderzoekers van ROA stelden onder andere een database samen met 72 beleidsmaatregelen tegen lerarentekorten in de onderzoeksperiode. Tussen 1993 en 2025 is vooruitgang geboekt in kleine stapjes. De onderzoekers concluderen dat het in het beleid ontbrak aan samenhang tussen de maatregelen. Ze wijzen op het belang van goede monitoring van de onderwijsarbeidsmarkt en anticiperen op toekomstige lerarentekorten om tijdig maatregelen te kunnen nemen. Ze maken duidelijk dat de invloed van de salarissen en andere arbeidsvoorwaarden van leraren groot is. Bezuinigingen op onderwijs hebben lange tijd doorgewerkt op het imago van het beroep. Pas de laatste jaren is er na grootschalige protestacties verbetering gekomen in de arbeidsvoorwaarden voor leraren in het po en vo.

“

Invloed salarissen en andere arbeidsvoorwaarden is groot

Sinds 1993 beperkten de maatregelen zich vooral tot de instroom, vanaf 2007 kwam er meer aandacht voor behoud van personeel. Geleidelijk gingen de maatregelen minder over één individu, bestuur, of stelsel, maar kwam er meer samenhangend beleid voor meerdere partijen. Dat werd versterkt met de invoering van onderwijsregio’s. Die kunnen mogelijk ook een rol spelen om de mobiliteit van leerkrachten en docenten te stimuleren en zo de verschillen tussen de tekorten bij scholen te verminderen.

De onderzoekers van ROA pleiten voor een deltaplan waarbij ook leraren, sociale partners en lerarenopleidingen betrokken zijn. In het Deltaplan moeten duidelijke doelen voor de lange en middellange termijn komen te staan met de bijbehorende beleidsinstrumenten en uiteraard voldoende financiële middelen.

Wat doet de overheid nu tegen het lerarentekort?

‘Ons doel is dat in 2030 elke klas kan leren van een steengoed onderwijsteam.’ Dat schrijven de bewindslieden van Onderwijs aan de Tweede Kamer in de halfjaarlijkse rapportage van juli 2026 over de voortgang van de lerarenstrategie. Om dat doel te bereiken is er – naast een stijging van de kwaliteit – een groei van de arbeidsproductiviteit nodig. Dat laatste willen ze bereiken door aan de ene kant personeel te behouden en te professionaliseren en aan de andere kant leraren en schoolleiders aan te trekken en op te leiden.

De campagne Werken met de Toekomst is bedoeld om mensen te interesseren voor een baan in het onderwijs. Het gaat dan niet alleen om jongeren maar ook om zij-instromers. In 2025 maakten 2.300 zij-instromers de overstap naar het onderwijs; het kabinet wil naar 2.650 zij-instromers per jaar. De website stelt dat 95 procent van de leraren tevreden is over zijn vak en benadrukt het salaris en de lerarenbeurs, een subsidieregeling voor leraren een bachelor- of masteropleiding volgen. Meer dan 5.000 leraren maakten daar in 2025 gebruik van. 

Het Onderwijsloket geeft informatie en gratis onafhankelijk advies over werken in het po, vo, speciaal onderwijs, mbo en hoger onderwijs. Het beleid richt zich niet alleen op opleiden, maar ook op de periode daarna. Daarom is er een verplicht inductietraject en is doorlopende professionalisering noodzakelijk.

In het onderwijs werken veel leraren in deeltijd, met name in het basisonderwijs. Sinds december 2025 loopt in het po de pilot Meerurenmaatwerk om leerkrachten te stimuleren meer uren te maken.

De bewindslieden zien ook een rol voor de Onderwijsregio’s bij het oplossen van de personeelsschaarste, bijvoorbeeld door gezamenlijke pools van invallers.

Het beleid richt zich daarnaast op het beperken van uitstroom door onder meer werkdruk, administratieve lasten – één van de grootste ergernissen van leraren – en gebrek aan begeleiding. Er is onder meer aandacht voor het aantrekken en behouden van mannen in de opleiding en voor de klas. De Alliantie Divers voor de Klas speelt daarbij ook een rol. 

Wetenschappelijk onderzoek naar het bestrijden van het lerarentekort