Toetsing in het onderwijs

‘Pak allemaal maar een blaadje.’ Veel mensen schrikken als ze die zin horen. Het herinnert ze aan de al dan niet onverwachte overhoringen en proefwerken op de middelbare school, waarop ze afgerekend werden op hun kennis – of het ontbreken daarvan. Toetsing was voorheen vooral gericht op beoordeling; op basis van toetsresultaten ging je over of niet, werd je geschikt geacht voor een bepaald type vervolgonderwijs en kon je de vlag uithangen omdat je geslaagd was.

Dat is tegenwoordig anders. Leerkrachten en docenten gebruiken toetsen nu ook om het niveau van de groep en het individuele niveau op dat moment vast te stellen en het onderwijs daarop aan te passen. Formatieve toetsen staan in dienst van het leren. 

Maar is er wel zo veel veranderd? De Onderwijsraad pleitte er in het voorjaar van 2026 voor toetsen minder zwaar te laten meewegen bij selectie, zoals overgang, plaatsing en diplomering. Het combineren van verschillende toetsfuncties leidt hoge toetsdruk en ongelijke kansen.

Ongelijke kansen spelen ook bij het schooladvies aan het einde van de basisschool. De doorstroomtoets moest die ongelijkheid verminderen, maar de ongelijkheid bleef. Het grote aantal doorstroomtoetsen waaruit scholen konden kiezen, leidde daarnaast tot nieuwe vormen van ongelijkheid. Het kabinet heeft aangekondigd dat er één doorstroomtoets komt in een print- en een digitale versie, maar dat duurt nog tot schooljaar 2029-2030.

Doorstroomtoets

Er komt één centrale doorstroomtoets in een papieren en een digitale variant, maar dat gaat nog wel een paar jaar duren. Dat schrijft staatssecretaris Judith Tielen in een brief aan de Tweede Kamer van juli 2026. Ze onderzoekt ook de mogelijkheden van bredere schooladviezen. Daarmee komt er een einde aan de discussie over het woud aan doorstroomtoetsen. In schooljaar 2025-2026 waren dat er acht toetsen van zes aanbieders, waarvan twee toetsen zowel op papier als digitaal werden aangeboden. 

De resultaten van deze toetsen lopen uiteen. Volgens Terugblik normering doorstroomtoetsen 2026 van het College voor Toetsen en Examens (CvTE) van juli 2026 hangen die deels samen met de keuzes van scholen; scholen met veel leerlingen met een voorlopig vmbo-advies kiezen bijvoorbeeld vaker voor een digitale toets. Er is een verschuiving zichtbaar van digitale naar gedrukte toetsen en scholen die wisselden, lijken beter te scoren. Het CvTE wijst verder op de invloed op de prestaties van de lay-out van de toetsen, de afnamecondities en de instructie.

De Tweede Kamer had in december 2025 een motie aangenomen om met ingang van 2027 over te stappen op één aanbieder van de doorstroomtoets. Staatsecretaris Tielen wil wel naar één toets – op papier en digitaal – maar schrijft in een Kamerbrief van begin juli dat dat pas per schooljaar 2029-2030 haalbaar is. De wet moet worden aangepast en de nieuwe toets nog worden ontwikkeld. Voor die tijd laat ze nog uitzoeken hoe de eerste lichting van het huidige doorstroomtoetssysteem, die in 2024 de toets maakte, presteert in het derde jaar op het vo.

Meer over de doorstroomtoets

Toetsing en gelijke kansen

Uit onderzoek van DUO in 2025 blijkt dat vier groepen bij het voorlopige advies te maken krijgen met onderadvisering: meisjes, leerlingen met een lagere sociaal-economische status, plattelandskinderen en scholieren met een niet-westerse achtergrond. De doorstroomtoets biedt naast het leerlingvolgsysteem en het oordeel van de leerkracht een objectief oordeel. Bij iets minder dan een derde van de leerlingen valt het resultaat van de doorstroomtoets hoger uit dan het voorlopige advies en dan moet de basisschool het advies naar boven bijstellen. Er is bij die regel een ‘maar’. Als het in het belang van de leerling is, mag de school daarvan afzien. In de praktijk blijken verschillende groepen minder te profiteren van die bijstelregeling. Zo stellen scholen in verstedelijkte gebieden het voorlopige advies vaker bij dan scholen in andere gebieden.

61 procent van de basisscholen is positief over één centrale doorstroomtoets, maar als dat een andere is dan de ‘eigen’ toets is dat nog maar 31 procent. Dat blijkt uit een de Notitie keuzevrijheid doorstroomtoets, een peiling van SEO economisch onderzoek in opdracht van het ministerie van OCW. 75 procent van de vo-scholen is positief over één doorstroomtoets. 

Meer over gelijke kansen

Functies van toetsing

Functies van toetsing

Overgaan naar één doorstroomtoets van één aanbieder was ook één van de aanbevelingen van de Onderwijsraad in het rapport Kijk anders naar toetsing uit het voorjaar van 2026. De Onderwijsraad constateert dat verschillende functies van toetsing in het debat regelmatig door elkaar lopen en de functies ook in de praktijk vermengd worden. ‘Toetsen die bedoeld zijn om het onderwijsleerproces te ondersteunen, worden ook gebruikt om te selecteren of om de kwaliteit van scholen of het onderwijsstelsel als geheel te evalueren. Deze vermenging gaat ten koste van de oorspronkelijk beoogde functie. Leerlingen, leraren en scholen kunnen verstrikt raken in de meervoudige doelen, belangen en consequenties die aan toetsing worden verbonden.’

De Onderwijsraad onderscheidt onderwijsleerfuncties, selectiefuncties en evaluatiefuncties. Onderwijsleerfuncties ondersteunen bij het onderwijs en leren. Ze helpen vast te stellen wat nog aandacht van leerlingen vergt. Selectiefuncties bieden onderbouwing voor beslissingen over overgaan, het juiste schooltype en slagen. Evaluatiefuncties geven informatie over de onderwijskwaliteit. Ze maken het ook mogelijk scholen te vergelijken. 

Meer over onderwijsleerfuncties en formatief handelen

Toetssoorten

  • Summatief toetsen doe je om de leerprestaties van leerlingen te beoordelen ten opzichte van een bepaalde norm om op basis daarvan een beslissing te nemen;
  • Formatieve toetsen zijn bedoeld om het leerproces van leerlingen te monitoren. Doel is om de leraar informatie te geven over de mate waarin leerlingen de leerstof beheersen, om daarmee het leerproces waar nodig bij te sturen. Feedback staat centraal;
  • Criteriumgerichte toetsen stellen vast of een leerling voldoet aan de concrete criteria die nodig zijn voor de volgende stap in zijn of haar leerproces;
  • Bij cumulatief toetsen test je niet alleen recent behandelde stof, maar ook lesstof die al eerder aan bod is gekomen of zelfs al eerder is getoetst. Dat zorgt ervoor dat leerlingen de lesstof beter beheersen;
  • Bij prestesten probeert een leerling een antwoord te geven op een vraag, nog voordat hij of zij de betreffende leerstof heeft gezien. Informatie blijft beter hangen als je eerst test wat de voorkennis van leerlingen is.

Bron: Waarom we toetsen, (Winnie Lafeber, Van12tot18 september 2025) 

Toetsdruk

De Onderwijsraad schrijft daarnaast dat leerlingen als ze het voortgezet onderwijs afronden honderden toetsen hebben gemaakt. Toetsen waarmee ze moeten bewijzen een bepaald niveau te beheersen, zoals de doorstroomtoets en examens aan het eind van het vo – de zogenoemde high stakes toetsen – zijn voor hen spannend. De raad doet de aanbeveling toetsing minder in te zetten voor selectie en meer ter ondersteuning van het leren.

Ook scholierenvakbond LAKS wijst op de hoge toetsdruk en de gevolgen daarvan voor het welzijn van leerlingen. ‘Het cijfer staat centraal. Dat zorgt voor stress en beperkt de ruimte om te leren,’ zegt voorzitter Thijmen Widlak. Volgens Thijmen is de hoge toetsdruk een van de grootste problemen. ‘Inmiddels krijgt een scholier gemiddeld 102 toetsen per jaar. Dat is gewoon te veel,’ zegt hij in een interview met Van12tot18. Daardoor verandert het schooljaar volgens hem in een aaneenschakeling van toetsmomenten, met weinig ruimte voor verdieping. ‘We leven in een cultuur van zweten, weten en vergeten. Het is een marathon van korte sprints.’

Meer over toetsdruk

Van12tot18 Toetsing en evaluatie

Artikelen op van12tot18.nl over toetsing

 

(toegankelijk met een abonnement op van12tot18)

Podcasts over toetsing

Docenten, onderzoekers en toetsexperts delen in zes podcasts hun ervaringen en visie op toetsen in het onderwijs. Ze bespreken hoe toetsing kan bijdragen aan leren in plaats van slechts prestaties meten, hoe AI een rol kan spelen bij het nakijken en waar de grenzen daarvan liggen, en hoe vroege selectie en standaardtoetsen sociale ongelijkheid in stand houden. Deze podcasttips bieden verdieping, inspiratie én praktische handvatten voor iedereen die werk wil maken van betekenisvolle toetsing in het onderwijs.